Archibald (2)

Archibald - door Sofie standaard Archie genoemd - zei eigenlijk nooit “nee”. Tegen niemand. Hij geloofde dat hij liefde moest geven aan iedereen die hem liefde gaf en handelde daar ook naar. Echt verliefd werd hij pas op Sofie.

Ze had altijd diverse kleuren haar, droeg hippiekleding, werkte als tattoo-artiest en woonde in een artistiek ingerichte flat, vol goedkope troep die een tweede of derde leven hadden gekregen met een andere functie. Zo werd er gedronken uit oude plantenbakjes, was een oud muurtje aan de zijkant van de keuken een canvas geworden en deed in principe ieder leeg blikje frisdrank dienst als asbak. Archibald hield van de geuren en kleuren van Sofie, niets viel te definiëren en alles was wat je er zelf van maakte. Sofie was klaar met mannen met een mening en vond in Archibald iemand die het niet eens in zijn hoofd zou halen om ergens anders over te denken, dan zij. Tenminste, zo dacht zij.

Sofies moeder woonde in de buurt, in het ouderlijk huis. Sinds haar man, Sofies vader, overleed op vakantie aan een hartaanval, voelde Sofie zich verantwoordelijk voor haar. Ze kon niet veel zelf. Hoewel haar moeder dol was op Archie, had zij Sofie al meerdere keren voor hem gewaarschuwd.

“Hij kan niet serieus zijn”, zei ze meerdere keren tegen Sofie, die dat aanvankelijk aantrekkelijk vond. Een man die zich zo weinig aantrok van de rest van de wereld en trots vertelde hoe dol hij op iets kneuterigs als Koffietijd was. In al haar wens om tegendraads te zijn, vond ze in Archibald iemand die niet eens geïnteresseerd was in wat voordraads was.

Beiden waren bang om elkaar vandaag te zien.

Archibald belde aan bij het huis van Sofie. Onmiddellijk na het opendoen, zag hij de angst in haar rozige, waterige ogen. Ze had gehuild. En veel ook.

“Jij bent de laatste die ik wil zien vandaag”, zei ze, haar neus vol tranen ophalend.

“Ik móést komen van mezelf.”

Sofie rochelde een mix van spuug en tranen naast Archibald op de stoep.

“Vanochtend “móést” dat nog niet. Toch?”

Sofie pakte een pakje sigaretten uit de zak van het grijze vest, dat ze vaak aanhad tijdens het tekenen. Ze zoog een sigaret uit haar pakje die gewillig tussen haar lippen bleef hangen, pakte in één beweging haar oude zippo uit de andere zak van haar vest en klikte hem open. Dan de fik in de sigaret, haar lippen die zich inspanden en de rook die haar longen inging en er een paar seconden later weer door haar neus en mond naar buiten kwam. Dit tafereel, dat Archibald al duizenden keren had gezien en op had gewonden, zorgde voor de meest ongemakkelijke erectie uit zijn leven.

Archibald slikte even wat weg, kuchte en probeerde ongezien vanuit zijn broekzak zijn erectie in bedwang te houden. Om haar op het verkeerde been te zetten, stelde hij een geïnteresseerde vraag:

“Is Ronald er niet?”

“Uit.”

“Oh.”

“Ja.”

Sofie nam een flinke hijs, liet de rook even direct ontsnappen uit haar mond, om het vervolgens weer met volle kracht haar longen in te zuigen. Ze hoestte, vloekte en spuugde opnieuw wat tranen uit haar mond.

Archibald moest opnieuw even zijn geslachtsdeel in bedwang houden. Het bouwde het schuldgevoel dat hij al voelde, alleen maar verder uit.

“Haal je niets in je hoofd. Maar kom je even binnen?”, vroeg Sofie zuchtend. “Ik zie dat ik je niet wegkrijg, en het is fucking koud.”

Archibald knikte haastig, toen weer normaal. Wat wilde hij graag naar boven, naar haar slaapkamer. Maar hij durfde het niet te laten merken. Hij moest er eerst voor haar zijn vandaag, zo sprak hij met zichzelf af. Daarna zien we wel verder. Maar oh, wat was Sofie vandaag aantrekkelijk. In al haar verdriet, was ze veranderd in een rauw stuk mens, dat rochelde, rookte en vloekte. Echter werd het niet.

Sofie leek niets van zijn opgewondenheid gemerkt te hebben, draaide zich om en liep de trap op, naar haar flatje. Zonder naar Archibald om te kijken, deed ze deur open. Ze liep direct door naar het woongedeelte, waar een groene, stoffen bank bank stond met een groot oranje kleed eroverheen gedrapeerd. Over dat kleed, met haar hoofd op een kussen en haar voeten over een leuning, lag het lichaam van haar moeder, pontificaal dood te zijn.

Next
Next

Archibald