Archibald (3)

“Ik schrik me de tering!”, riep Archie.

“Hm, ja. Zei ik toch, dat ze dood was." Ze snoof haar neus hard en sprak vervolgens, monotoon, bijna gevoelloos verder. “Blijkbaar vervoert de ambulance geen doden. En er is een wachtlijst bij de uitvaartonderneming. Veel doden vandaag.” Vervolgens ging ze liggen op de andere, wat dieper gelegen stoffen bank, die schuin grensde aan de bank waarop haar dode moeder lag.

Archie keek zonder gedachten beurtelings naar Sofie en haar moeder. Haar moeders gezicht lag er verslagen, bijna teleurgesteld bij. Haar hoofd hing opzij, in de richting van de kamer. Haar ogen gesloten, de hoeken van haar mond hingen verdrietig omlaag. Voor de rest lag ze daar maar, stijf als een plank, met haar hoofd en voeten tegen de uiteinden aan, paste ze precies in de bank. Sofie lag daar schuin naast, met een volle koffiemok wijn in haar hand, in shock brabbelend over “hoe raar dit allemaal was” en “toevallig dat er zo veel mensen doodgingen vandaag”. Archibald had buikpijn van het hele tafereel. Waarom had hij “nee” gezegd vanochtend? Dan was dit allemaal niet gebeurd. Hij had wel een goede reden, al vond hij zelf, en begreep ergens ook wel dat hij niet helemaal schuldig was aan dat Sofies moeder tegen een boom was aangereden, maar ergens voelde hij dat als hij “ja” had gezegd, dit allemaal niet gebeurd was. Hij vroeg zich onwillekeurig af of Anneke op hem gewacht had. Misschien was ze wel uit zichzelf gegaan, omdat ze er toch geen zin in had een uur te moeten spenderen met de ex van haar dochter die zijn leven even lamlendig als stuurloos leefde.

Wat het ook was geweest, waardoor Anneke de deur uitging: Archie wist zeker dat ze hem vlak voor haar dood haatte. Misschien wel hele gemene dingen over hem dacht, die allemaal waar zouden zijn. Hij had geen tijd meer om alles goed te maken. Ze lag hier dood en haar dochter was een groter wrak dan haar auto. Die gedachten gaven hem een pijn die hij niet kende. Zeurend, niet op te lossen door ergens anders over na te denken. De pijn gaf hem kippenvel over zijn lichaam.

Opeens schoot Sofie overeind, hield haar hand - tevergeefs - voor haar mond, waarna ze een dieprode, waterige drab vol over de trui van Archibald heen spuugde.

Sofie lachte bedwelmd, terwijl ze haar mond als een kleuter met de bovenkant van haar hand afveegde, waardoor de kots niet verdween uit haar gezicht, maar zich over de rest van haar mond verspreidde.

Archibald keek verschrikt naar haar gezicht. In plaats van dat ze er misselijk uitzag, had ze een ondeugende blik in haar ogen gekregen. Ze knikte naar zijn trui met haar hoofd. Die moest blijkbaar uit.

Hij trok het uit en gaf het aan Sofie, waarna zij haar gezicht ermee afveegde. “Zo”, zei ze. “Heb in ieder geval geen buikpijn meer.”

Vervolgens trok ze haar eigen jack en shirt uit. Ze had geen beha aan en voor dat hij er erg in had, voelde Archibald weer hoe het bloed naar zijn geslachtsdeel kroop, hoe hard de gedachten in zijn hoofd ook schreeuwde dat hij het niet kon maken. Maar wat moest hij dan? Zij wilde dit toch ook?

Archibald liep naar Sofie toe en zoende haar. Vervolgens trok Sofie hem de bank op en liet ze alle gedachten achter zich. Heel even vergat ze alles en was ze weer met de man die ondanks alles haar hart had. Die volwassen kleuter, zonder noemenswaardig leven. De man die zich zo weinig aantrok van de hele wereld, dat hij zich gewillig door haar liet onderkotsen. En hij ontving haar liefde met genoegen, in welke vorm dat ook was.

Heel even waren ze weer getrouwd en deden ze iets wat Anneke Sofie bij leven had verboden. Hoe meer Archie voelde dat Sofie het ook wilde, hoe meer hij voelde dat hij het juiste deed. En Sofie wilde het, niet om dezelfde redenen als Archibald, maar wel op dit moment.

Next
Next

Archibald (2)