Archibald (4)

Hij kon niet klaarkomen. Het mocht niet, zo voelde het, al deed Sofie alles met een passie alsof ze elkaar nog maar net hadden leren kennen en nog indruk op elkaar wilden maken.

Na de seks begon Sofie te huilen. De ergste dag van haar leven had onvrijwillig Archibald weer in haar huis gehaald, terwijl ze er zeker van was dat ze hem nooit meer had willen zien. Maar toch was hij er weer. En deed hij weer alles goed, maar wat hij dan deed, kon ze niet zeggen. Hij was lief. Of zo.

Hij was er en keek haar aan met onschuldige, naïeve grote mensenogen. Met een kleine, door alcohol gekleurde vergelijking, zag ze zichzelf als Pi, uit Life of Pi, en Archie als de tijger. Ze had hem overleefd, voor haarzelf gekozen, haar moeder kwijtgeraakt - en daarmee in eerste instantie ook het laatste contact met Archibald, ze wist dat haar moeder een zwak voor hem had - maar nu was hij er weer. Had ze hem weer aan boord getrokken tijdens deze storm in haar eigen leven, en was hij weer gewoon wie hij was. Een roofdier op het droge, dat eet om te overleven. Maar er was iets gebeurd tijdens de seks dat zij niet verwachtte. Hij kwam niet klaar. Meer terughoudendheid dan ze ooit bij hem had gezien. En hij bleef zitten, als een mannequin die wacht om aangekleed te worden en dienst te doen keek hij naar haar. Zonder expressie.

Sofies telefoon trilde op het het bijzettafeltje en ze nam na een diepe zucht verstrooid op. Archibald keek toe en luisterde.

“Ja. Daar spreekt u mee.”

“Mhm. Serieus? Maar ik… Ja, maar waarom… Nee, ik snap het wel, maar mijn moeder ligt… Ja, u ook een hele fijne dag terug en krijg een moeilijk uitspreekbare ziekte!”

“Wie was dát?”, vroeg Archibald verbaasd.

Sofie rolde haar ogen zijn kant op en antwoordde: “Je kunt wel weggaan, hoor, anders.” Toen zuchtte ze even, dacht aan haar eerdere gedachten en kwam al snel tot de conclusie dat hij haar woede vandaag niet verdiende. Niet in dezelfde mate als hij dat normaal wél verdiende tenminste. “Dat waren de lijkmensen. Het duurt nog wel even. Blijkbaar heeft de weduwnaar van de vrouw die voor mijn moeder de pijp uitging een hartaanval gekregen, toen ze daar aankwamen. Ze zijn dus nog wel even bezig.”

Archibald was verbaasd over de terloopse manier waarop Sofie deze woorden uitsprak. Maar zij had het niet door, rolde van hem af, pakte een sigaret uit een verdwaald pakje op de bijzettafel en stak hem aan.

“Twee voor de prijs van één”, zei ze smalend, terwijl de rook langzaam uit haar longen ontsnapte.

Archie zag Sofie aan en in een verdwaald moment, in de nasleep van haar galgenhumor, bleven haar ogen hangen bij de zijne en verstarden lichtjes. Het duurde slechts een seconde, maar het was genoeg om hem te overspoelen met een nieuwe vorm van affectie voor Sofie. Eerst dacht Archibald dat Sofie hem met haar ogen vroeg om te lachen om haar diepzwarte grap, maar hij voelde dat die grap slechts een omhulsel was van een diepere vraag die zij aan hem stelde. Ondanks dat hij niet wist wat die vraag was, voelde hij niet de behoefte om te gaan. Hij wilde blijven.

Archibald grinnikte zonder écht te lachen, een uiting van zijn innerlijke twijfel. Sofie wendde haar hoofd af - opgelucht dat hij niets zei of vroeg na haar slechte grap - nam nog een trek van haar sigaret en wrong zich vervolgens met haar rug terug tegen Archibald aan. Op zijn beurt keek hij zwijgend toe hoe ze de sigaret oprook, hoe er af en toe nog losse tranen vielen uit haar ogen en voelde hij vervolgens haar ademhaling tegen de binnenkant van zijn arm die hij over haar heen had geslagen en waaraan zij zich had vastgeklampt

. Hij verlangde meer dan ooit naar haar nabijheid en zij wist dat hij in ieder geval voor vandaag bij haar zou blijven.

Next
Next

Archibald (3)