Archibald (5)

Archibald vond de liefde altijd onderaan de trap, wanneer alles verloren was. Zo trof hij Sofie ook aan vandaag. Van het voetstuk gevallen waarop een nepleven was gebouwd, met normen en waarden en beschaving. Nu lag haar moeder dood op een bank en was ze overal vanaf gekukeld. Sarah had zijn hart, dat werd hem vandaag weer duidelijk, maar echt geven was hem nog niet gelukt. Hij nam haar, en hij wist dat Sarah dat wist. Maar er was iets anders. Iedere keer dat zij hem aankeek, en hij weer werd getroffen door haar, door alle tranen pure en heldere ogen, die hem iets vroegen. Hij glimlachte dan flauwtjes terug. Op haar beurt glimlachte Sarah naar hem en was de vraag in ieder geval weer even op de achtergrond. Hij wist niet wat ze van hem wilde, maar hij durfde het ook niet te vragen. De stilte was onderdeel van het antwoord, dat wist hij. En zolang hij niet de juiste woorden had, zou zijn glimlach haar laten weten dat hij niet weg zou gaan voordat hij hem had beantwoord. En dan was alles weer even in orde.

‘Hoe is het eigenlijk met Soof?’, vroeg Sofie uit het niets. Soof was de dochter die Archie had gekregen met Julia, na een uit de hand gelopen carnavalsnacht. Archie voelde zich zo schuldig, dat hij erop had gestaan dat het kleine meisje de naam Soof zou krijgen. Niet dat hij dacht Sofie dan minder boos of verdrietig zou zijn, maar het was voor hem de ultieme manier om haar te laten weten hoe veel hij om haar gaf.

Archibald werd ruw uit de kabbelende dagdroom getrokken waarin hij met haar leek te vertoeven vandaag. Ineens deed zijn schouder zeer van de manier waarop hij met Sofie gevouwen op de bank lag. Hij rukte zich geïrriteerd los, keek haar niet begrijpend aan, zag de schrik in haar ogen, schrok van de blik die hij veroorzaakt had en en ging weer terug op de bank liggen.

“Oh. Eh, wel goed of zo, denk ik.”

“Hoe oud is ze nu?”, vroeg Sofie met een liefdevolle glimlach, waarna ze aarzelend weer tegen hem aan ging liggen.

“Twee. Ze was laatst jarig. Ze noemt me ‘oompie’.

Sofie draaide haar hoofd licht, zodat ze zijn gezicht kon zien. Op zoek naar zijn gevoelens bij die laatste zin, maar Archibald verborg zijn pijn in gegrinnik en gezucht.

“Tsja, zij denkt dat Ray haar vader is. Wel mooi. En beter zo natuurlijk. Aardige vent, die Ray.” Ray was de zoon van een oude bekende van Sofies moeder en de huidige partner van Julia, de moeder van Archies dochter. Sofies moeder vond het belangrijk om, na de zoveelste definitieve break tussen haar dochter en Archie, Sofie gerust te stellen dat ze de juiste keuze had gemaakt. Iedere keer wanneer ze Ray of diens moeder tegenkwam, vroeg ze hoe het met Soof ging en of Archie in haar leven was. Vervolgens vertelde ze Rays antwoorden met smaak en een kleine overdrijving door aan Sofie.

“Ray haat jou anders.”

“Ook alleen maar omdat ik hem daartoe dwing. Hijs een goede man. Ik ben blij dat Julia hem heeft gevonden. Soof is gelukkig.”

Sofie raakte geïrriteerd door de antwoorden van Archie. Ze was weer te dichtbij gekomen en hij ging weer op slot. Maar vandaag, na alles wat er met haar was gebeurd, pikte ze het niet. Niet vandaag.

Previous
Previous

Archibald (6)

Next
Next

Archibald (4)